Vroeg Georgiaans Meubilair

Voor een groot deel van het Engelse meubilair in de vroeg Georgiaanse periode, geldt dat de populariteit van de stijlen die naar voren gekomen waren in de Koningin Anne periode -en daarvoor- zich continueerde met hier en daar wat aanpassingen en veranderingen.
Het Mahonie
De belangrijkste verandering die tijdens het bewind van George I en George II plaatsvond, was de vervanging van walnoothout door mahonie. Het mahonie won snel terrein onder de meubelmakers omdat deze houtsoort erg sterk en duurzaam is. Mahonie krast niet, barst niet en het scheurt niet. Vernissen was niet noodzakelijk bij deze houtsoort en zijn donkere roodachtige kleur paste bij de ontwerpen en de smaak van het vroege Hannoveriaanse tijdperk.
Palladiaans Meubilair
Eén van de meubelmakers die het mahoniehout in gebruik nam was William Kent. Kent had, zoals zovele in de vroege Georgische periode, de “Grote reis naar Rome” gemaakt. Daar had hij kennis genomen van de architecturale ideeën van Andrea Palladio, een Italiaanse architect uit de zestiende eeuw.
Architectuur en Meubilair
Architectuur en meubilair hebben altijd een hechte relatie gehad, maar in de ontwerpen van de Palladianen en hun navolgers in het vroege 18de eeuwse Engeland verstrengelde deze twee zich als nimmer tevoren. Dit was de tijd van “the Rules of Taste", oftewel: de regels van de smaak; een doordringende en dogmatische ideologie.
De oorspronkelijke architecten van de Palladiaanse stijl ontwierpen geen meubilair, daar zij meer geïnteresseerd waren in algehele bouwstijl van gebouwen, terreinen en tuinen.
Het meubilair was louter een toevoeging en moest in lijn met de andere onderdelen zijn. Daarom zette Kent het creëren van een stijl van Palladiaans meubilair in, die de architectuur van deze geweldige huizen zou complementeren en de architecturale symmetrie zou versterken van de bestaande ramen, deuren, schoorsteenmantels en kroonlijsten.

Palladiaans Meubilair
Het "Kentiaanse" meubilair dat hier het resultaat van was, was sierlijk, van monumentale afmetingen, zwaar en nauwelijks verplaatsbaar.
Het was rijkelijk gedecoreerd met houtsnijwerk en gouden ornamenten. Het leek op beeldhouwwerk en zou net zo makkelijk uit steen gehouwen kunnen zijn als gemaakt van hout. Bij het Palladiaanse meubilair werd veel gebruik gemaakt van maskers en sfinxen.
Veelvoorkomend waren de “side tables,” meestal met marmeren bladen. Stoelen getopt met schelpen en poten gedecoreerd met parelmoeren ornamenten, boekenkasten en vergulde spiegels.
Deze ontwerpen werden grotendeels geïnspireerd door klassieke architecturale onderdelen zoals gegoten deuren, grote frontons en verschillende beeldhouwvormen uit de oude wereld.

Meubilair in Palladiaanse stijl verschilde van het meeste andere vroeg Georgiaanse meubilair in de zin dat het voor een kleine, zeer rijke doelgroep werd ontworpen en gemaakt. Zij plaatsten het in hun geweldige landhuizen, herenhuizen en paleizen. Het had, bijgevolg, weinig langdurende invloed en het maakte nooit de sprong naar algemeen gebruik.
Als we het uit zijn context plaatsen; weg van het bijpassende interieur waar het oorspronkelijk voor ontworpen werd, komt meubilair in de Palladiaanse stijl op ons waarschijnlijk over als bizar, te grotesk en totaal niet in overeenstemming met onze hedendaagse, moderne smaak.
Buiten William Kent waren er ook andere ontwerpers in deze tijd die (enig) werk in Palladiaanse stijl maakten, zoals: Benjamin Goodison, James Moore, Giles Grency en John Channon.
