Midden Georgiaans (Georgian)
De Engelse Rococo stijl
Omstreeks 1740, toen Rococo het Midden Georgiaanse tijdperk kwam domineren, bestond er een grote variëteit aan meubelstijlen, zoals de eerder ontstane Palladiaanse traditie en niet te vergeten de oudere, nog steeds bestaande Gotische stijl. Ook de (pseudo) Chinese stijl was erg in trek in deze periode.

After the French Manner De term “Rococo” komt van het Franse “rocaille” en refereert aan de gebruikte steenachtige- en schelppatronen. “After the French Manner” Rococo was combinatie van Barok en groteske en fantasie stijlen, motieven en ornamenten die het Franse design domineerden vanaf rond 1700.
In 1735 werd de St Martin’s Academy opgericht door de schilder William Hogarth. Hiermee begon de verspreiding van de Rococo stijl. Tussen 1741 en 1748 werden de eerste boeken met meubelmodellen volgens de Rococo-stijl gepubliceerd.

Hierdoor werden de Rococo ideeën snel populair. Rechte lijnen werden gezien als onnatuurlijk, en de “S-curve” was “ the line of beauty and grace” (de lijn van schoonheid en gratie). De algemene gedachte was: “Hoe onelegant zouden de vormen van onze meubels zijn zonder deze natuurlijke, gebogen lijnen?”
Apostelen van de Engelse Rococo stijl
De pionier van de Engelse Rococo stijl was de ontwerper Mathias Lock. Hij creëerde fijne, vergulde meubelstukken, gebaseerd op zijn designboeken "Six Sconces", "Six tables" en het "Principles of Ornament". Lock had de Rococo stijl zorgvuldig bestudeerd en produceerde bijvoorbeeld tafels met S-vormige poten waarbij de ruimte tussen de poten kleiner werd aan de onderkant.
Thomas langley maakte, na bestudering van de Franse modellen, een side table waarvan de voorste poten gesneden waren als verstrengelde vrouwelijke vormen. De houtsnijder James Pascal maakte in de Rococo stijl een aantal vergulde sidetables, armluchters en stoelen. John Channon creëerde boekenkasten in de Rococo stijl.
Ook Thomas Johnson werkte met de Rococo stijl, en zijn " One Hundred & Fifty New Designs" laten de wilde, fantastische kant van het Rococo design zien. Hoewel de nieuwe Franse meubelstijl enorm attractief was voor de Engelse ontwerpers, wilden ze geen klakkeloze kopieën maken. Ze overstegen hun Franse rivalen liever en dit resulteerde er in dat er een verengelste versie van de Rococo stijl ontstond; een stijl die een tikje minder gewaagd was.

Chippendale
De naam die het meest geassocieerd wordt met de Engelse Rococo is Thomas Chippendale. In het midden van de achttiende eeuw publiceerde hij zijn "Gentleman's and Cabinet Makers Director" en hiermee werd de Rococo stijl voorgoed verankerd in de binnenhuisinrichting in Engeland. Zijn rivalen William Ince and John Mayhew kwamen in 1759 met hun eigen "Universal System of Household Furniture," men zegt wel in een poging de stijl van Thomas Chippendale te immiteren, maar dan op een iets terughoudendere manier.
In 1762 kwam Chippendale met de derde editie van de “Director,” ditmaal ook met de populaire Gothische en Chinese designs, alsook met meubels in de Rococo stijl. Later in zijn carrière ging hij meer de kant op van het Neo-classicisme uit de laat Georgiaanse periode.
Chippendale specialiseerde zich in de Rococo stijl, met name in vergulde en rijkelijk bewerkte meubels voor royale huizen zoals de overvloedig gedecoreerde bedden en kaptafels. Maar hij maakte ook simpelere stukken, beschilderd slaapkamermeubilair in de Chinoiserie stijl (namaak Chinese stijl), alsook meer klassieke stukken. Reproductie antiek van Chippendale meubilair is tot op heden ten dage populair
