Laat Georgiaans (Georgian)
Neoclassicisme
Zo rond de tijd van de kroning van George de derde, in 1760, kwam er een reactie op gang op de designs in de aanmatigende Palladiaanse stijl, en de bochtige, levendige Rococo designs van de voorafgaande vroege en midden Georgiaanse tijdperken.

In Frankrijk ontstond gelijktijdig een dergelijke verandering; de Louis XVI stijl. Deze verschuiving in de design geschiedenis kennen we als het Neoclassicisme. Het Engelse Neoclassicisme wordt het meest geassocieerd met namen van ontwerpers als Chambers en Stuart, en de meer beroemde Adam, Hepplewhite en Sheraton. Het Neoclassicisme, soms ook wel “Grieks” of “Etruskisch” genoemd, kwam op door een hernieuwde interesse in het erfgoed van de oude klassieke beschavingen uit Griekenland en Rome. Dit kwam in het bijzonder door de ontdekking van Pompeji en Herculaneum, rond 1750.
Twee Romeinse steden die in de eerste eeuw na Christus door een uitbarsting van de Vesuvius onder de lava werden bedolven en die hierdoor uitzonderlijk intact konden worden blootgelegd.
In de Neoclassicistische meubel en interieur designstijl die voortkwam uit het bestuderen van de overblijfselen uit de oudheid wordt met name de nadruk gelegd op vorm. Rechte logisch geordende lijnen nemen de plaats in van de kronkelige, asymmetrische krullen van het Rococo meubilair. Er wordt gebruikt gemaakt van ornamenten en decoratie, soms gedetailleerd en precies, maar vaak overvloedig. Hierbij zien we veel beschilderingen, inlegwerk, fineer, licht houtsnijwerk en reliëf. De meest gebruikte houtsoort is het mahonie, maar soms werd ook gebruik gemaakt van satijnhout. In meubels is het Neoclassicisme in de achttiende eeuw in Engeland voor het eerst te zien in het werk van Sir William Chambers en James Stuart. Chambers was in Rome en Parijs geweest en ontwikkelde later een stijl waarbij hij de cabriole-poot (S-vormig gebogen meubelpoot) losliet ten gunste van rechte lijnen en smalle, taps toelopende meubelpoten.
James Stuart publiceerde in 1762 "The Antiquities of Athens," nadat hij in Griekenland en Italië archeologische opgraafplaatsen had bezocht en bestudeerd. Vervolgens ontwierp hij meubels waarbij het houtsnijwerk en de decoratie motieven gebaseerd waren op de monumenten uit de oudheid. De grootste invloed op de vroege ontwikkeling van de Neoclassicistische stijl in het meubeldesign is toe te schrijven aan Robert Adam. Hij deed gedetailleerd studie naar klassieke ornamenten in Italië en paste deze kennis veelvuldig toe bij zijn ontwerpen in Romaanse stijl. Hierbij beperkte hij zich niet alleen tot meubels; als hij de opdracht kreeg ontwierp en decoreerde hij het complete interieur, tot aan het laatste detail. Allemaal in dezelfde Neoclassicistische stijl.

Robert Adam had vele imitators en de meest beroemde daarvan was George Hepplewithe. Hepplewhite's "Cabinet-maker and Upholsterer's Guide" uit 1788 was grotendeels gebaseerd op Adam’s ontwerpen, alleen dan op een vereenvoudigde manier en beter aansluitend bij de behoeften van de alledaagse vakwerkman. De “Guide” is vooral bekend om de ontwerpen van de Hepplewhite stoelen, “settees” ofwel Hepplewhite sofa’s. Zijn meubels waren slankbelijnd, met ingelegde en beschilderde decoratie’s in plaats van houtsnijwerk. De laatste fase van het Neoclassicisme vinden we terug in het werk van Thomas Sheraton. Zijn meubels hadden een grote praktische impact, hij produceerde in grote getalen zeer elegante, gesofisticeerde meubels in de Neoclassicistische stijl.
Sheraton bleef tot in de Regency periode doorgaan met ontwerpen, toen de invloed uit de oude tijden op de Engelse meubelhistorie nog groter werd.
